
|
De FitKit testonderdelen |
|
| Bloeddruk |
De meting dient ter voorkoming van onnodig risico bij met
name de inspanningstest |
| Lengte en gewicht |
- De lengte en het gewicht worden gemeten zonder schoeisel. Bij gewicht liefst zo weinig
mogelijk zware kledij en geen zware voorwerpen in de zakken.
- Op basis van gewicht en vetpercentage wordt een streefgewicht (met marge) berekend dat
correspondeert met het norm-verpercentage.
|
| Body Mass Index (Quetelet Index) |
De Quetelet Index kan eenvoudig worden afgeleid uit lengte en
gewicht. De QI is redelijk onafhankelijk van leeftijd en geslacht en kent daarom een
eenvoudige normering. De FitKit software biedt de mogelijkheid om de QI in de rapportage
op te nemen. |
| Knijpkracht |
Middels de knijpkrachtmeting wordt de statische kracht van de
onderarmspieren gemeten. |
| Longfunctie (Peakflow) |
Met behulp van de peakflowmeting wordt de stroomsnelheid
gemeten, het betreft dus geen volume meting! Om deze reden dient men dan ook met een
krachtige ademstoot in het instrument te blazen. |
Lenigheid
(Sit & Reach) |
Met behulp van de Lafayette fexibilitytester model 01285
wordt de lenigheid van de spierketen aan de achterzijden van het lichaam gemeten. Met name
de lenigheid van de (lage) rug en de hamstringspiergroep speelt hierbij een belangrijke
rol. |
| Sprongkracht |
De sprongkracht (het betreft verticale spronghoogte) wordt
binnen FitKit gemeten met de vertisonic, model 01100. |
| Vetpercentage |
- Het percentage lichaamsvet wordt bepaald via een huidplooidiktemeting. De metingen
worden op 4 plaatsen uitgevoerd. Het vormt in feite een steekproef, waarmee via een tabel
het percentage lichaamsvet bepaald kan worden. FitKit wordt vanaf 1995 geleverd met een
kwaliteitsinstrument de Lafayette Skinfold caliper (model 01127). Echter ook andere types,
hoewel minder exact, voldoen als veldtest instrument. De standaardisatie van de meting
zelf vraagt erg veel aandacht!
- Het is ook mogelijk een vetpercentage rechtstreeks in te voeren in de software.
|
| Schouder-lenigheid |
Daar schouderbreedte een rol speelt bij de bepaling van de
lenigheid bestaat deze test uit twee onderdelen: bepaling schouderbreedte en de
schouderlenigheidstest. Een bekkenpasser kan gebruikt worden om de schouderbreedte te
meten en een uitschuifbare stok model PGB voor de schouderlenigheid. |
| Oog- Hand- coördinatie |
- Bij deze test wordt gebruik gemaakt van een two-arm coordination tester (model 32532)
met foutregistratie (via een zogenaamde impulse counter).
- Het principe van deze test is eenvoudig: een deelnemer dient met behulp van de twee
handvatten een naald zodanig te sturen dat deze de ster exact volgt.
|
Van de conditietesten wordt er normaal slechts één afgenomen :
|
| Shuttle Run |
De shuttle-run is een maximale inspanningsproef, welke indoor
afgenomen wordt. Het looptempo ligt aanvankelijk laag maar wordt langzamerhand opgevoerd.
Deelnemers kunnen op zeker moment het tempo niet meer volgen en vallen af. |
| Wandeltest |
In de wandeltest (GFO ontwikkeld door de RUG) wordt tegemoet
gekomen aan een deel van de bezwaren van de shuttle-run. Deze test is speciaal bedoeld
voor senioren vanaf 55 jaar en ouder. Het wandeltempo wordt in vier blokken van 3 minuten
verhoogd uiteindelijk duurt de test dus maximaal 12 minuten. |
| Fietsergometer (Åstrand test) |
De Astrand test is een wereldwijd bekende submaximale
inspanningsproef, welke vanwege het submaximale karakter ook weinig risico's kent. |
| Ergometer |
Het FitKit programma biedt de mogelijkheid aan gebruikers die
kunnen beschikken over fietsergometers met "geïntegreerd test" om het
resultaat, de voorspelde VO2-max, uitgedrukt in ml/kg/min rechtstreeks in te voeren. |
| Staptest |
Voor de staptest wordt gebruik gemaakt van de CSTF (Canadian
Standardized Test of Fitness), waarbij gedurende drie stadia van 3 minuten een twee-tredig
trapje op een neer gelopen dient te worden. Ook deze test is een zogenaamde submaximale
inspanningsproef en is in die zin vergelijkbaar met de Astrand fietsergometer test. |
|
|
|
|
|
|
|
|